Roofblei

Vroeger was alles beter, zo verzuchten de wat ouderen onder ons wel eens. Meestal wordt daarop door de wat jongeren onder ons niet gereageerd want 'oud' is soms bijna synoniem met 'zeurpiet', maar toch hebben die ouderen vaak wel een punt. Vroeger waren er veel minder exotische dieren en planten ons land aanwezig dan nu het geval is. Vrijwel altijd zijn die 'introduc├ęs' niet uit zichzelf naar ons gastvrije land gekomen, maar zijn ze door menselijk ingrijpen een behoorlijk handje geholpen.

Dat is ook het geval met de roofblei (Aspius aspius), een snelle gestroomlijnde rover, die wel 120 centimeter lang kan worden en tot 12 kilogram kan wegen. Met andere woorden: het is een monster van een vis. Het is een karperachtige en hij jaagt voornamelijk op kleine visjes. De dieren foerageren doorgaans in scholen.
[Foto: Karelj]
Deze vis woonde oorspronkelijk in grote delen van Midden- en Oost-Europa ten oosten van de Rijn. De oostgrens is nog steeds de Russische rivier de Wolga, het zuiden van Finland was het noordelijkste woongebied van de roofblei. Zijn meest zuidelijke voorkomen is altijd de rivier de Donau in Zuidoost-Europa geweest. Al in 1984 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen omdat een sukkel in Duitsland hem had uitgezet omdat hij meende dat het een mooie aanvulling was op de inheemse vissoorten. Maar de roofblei zag pas echt zijn kans schoon toen in 1992 het Main-Donau-Kanaal geopend werd. De Main is een zijrivier van de Rijn en dan is alles duidelijk: de roofblei ging rustig aan de wandel en liet zich al snel in onze vaderlandse wateren zien. Ondertussen is deze jager al in groten getale aangetroffen in de grote rivieren als Rijn, Waal en IJssel. In sommige haventjes is het al de meest voorkomende vis geworden.

De meest voorkomende vis wordt je veelal pas als je je ongehinderd kunt voortplanten (wegens gebrek aan natuurlijke vijanden) of dat je ongehinderd alle inheemse vissen weet op te peuzelen. Vermoedelijk is het bij de roofblei een combinatie van beide effecten.

Onderzoekers zien hierin echter nog geen kwalijke gevolgen. Zij twijfelen nog of de predatie van de roofblei invloed heeft op de stand van prooivissen en concurrenten. Ze sussen zichzelf in slaap met de gedachte dat prooidier, prooi en concurrenten in de Donau al eeuwen samenleven en dat daarom in Nederland geen desastreus effect verwacht kan worden. Omdat toch een wetenschappelijke verklaring moet worden verzonnen om de groei van het aantal roofbleien goed te praten meent men dat het antwoord kan liggen in de verbetering van de waterkwaliteit. Zucht.

No comments:

Post a Comment