De iep was in de loop der jaren in groten getale aangeplant. Hij voldeed bijzonder goed omdat hij bestand was tegen de zilte zeewind en hij werd veelvuldig aangeplant als windbreker langs wegen en paden. Bovendien was het iepenhout belangrijk voor de meubelindustrie en dus ontstonden er hele bossen met maar een soort boom: de iep. Ondertussen weten we dat dit soort vormen van monocultuur een goede voedingsbodem is voor allerhande ziektebeelden.
De eerste tekenen van onraad werden al in 1918 Zuid-Nederland en Noord-Frankrijk ontdekt toen plotseling vele iepen steeds meer last gingen krijgen van ziekteverschijnselen. Aangezien de Nederlandse wetenschappers sneller resultaat boekten dan hun Franse tegenhangers kreeg het ziektebeeld internationaal de naam Dutch elm disease.
![]() |
[Foto: M.F. Brown en H.G. Brotzman] |
Men vermoedt dat de schimmel afkomstig is uit Zuidoost-Azië en dat hij is meegereisd met meubelhout vanuit Nederlands-Indië naar Nederland. Onderzoek heeft ondertussen uitgewezen dat de aldaar groeiende bomen min of meer resistent zijn tegen deze schimmel.
In Europa aangekomen bleek dat ook hier bepaalde iepenrassen redelijk resistent bleken en dus haalde men opgelucht adem. Men verving aangetaste iepen door resistente rassen en het leven ging weer z'n gangetje. Zoals bekend is de natuur echter geheel onvoorspelbaar en stuurde vanuit de USA een nieuwe versie van de schimmel, de Ophiostoma novo-ulmi. Die schimmel werd in de jaren 70 van de vorige eeuw voor het eerst waargenomen.
Ondertussen is geen iep meer veilig, wordt preventief gekapt of gemeenten laten hem door geldgebrek harteloos afsterven. Een treurig einde voor een oer-Hollandse boomsoort.
No comments:
Post a Comment