Als gras- en graansoort voelt oot zich perfect thuis in weilanden en graanpercelen. Hij is een echte wereldburger geworden en zijn domein wordt pas begrensd door de polaire klimaten. Het is een graansoort, die een hoogte van zo’n meter kan bereiken en het grote verschil met haver is dat haver zijn zaden pas lost tijdens het dorsen, terwijl de oot dat al uit zichzelf zal doen. Er bestaan wat kleine optische verschillen tussen beide soorten: oot heeft beharing op de schede van de onderste bladeren en is in het bezit van geknikte kafnaalden.
![]() |
[Foto: uc.edu] |
Het grote probleem van oot is natuurlijk dat het zoveel op haver lijkt dat het op dezelfde manier reageert op zonlicht, bemesting en bestrijding. Graan en onkruid zijn haast niet van elkaar te scheiden. In vroeger tijden was een bekende wanhoopskreet van de akkerbouwer: ‘Oot is de boer z’n dood’. Denk niet dat dit een recent probleem is want uit archeologisch onderzoek is gebleken dat zelfs Egyptische boeren uit de tijd van de farao’s het als het meest lastige onkruid beschouwden.
Oot volgt het patroon van zomergranen. Na 1940 was deze teelt een tijdje in opkomst en toen bleek dat ook oot zich sterk kon uitbreiden. Bestrijdingsmiddelen doodden de competitie en maakte de weg vrij voor de komst van oot. In de jaren zestig maakte zomergraan plaats voor maïs, Maïsakkers worden vaak vlak voor het inzaaien geploegd en dat is nu net het verkeerde moment voor oot.
Als een akkerbouwer tegenwoordig oot op zijn gronden aantreft dan is hij mooi zuur. Hij is verplicht om iedere plant met wortel en al uit te roeien. Doet hij dat niet of onvoldoende dan loopt hij de kans dat al zijn zaaigoed wordt afgekeurd en dat betekent een financiële strop want zijn zaaizaad is daardoor onverkoopbaar. Van oot is bekend dat de zelfs na twintig jaar nog kiemkrachtige zaadjes aangetroffen en hoe krijg je die doelmatig van je landbouwgrond af?
No comments:
Post a Comment