De wilde reseda is ooit inheems geweest in Mediterrane gebieden en aangrenzende streken van zuidwest Azië. Ruwweg kon je hem aantreffen vanaf de Canarische eilanden tot aan noordwest Indië. De wilde reseda wordt gezien als een cultuurvolger en het is mogelijk dat hij al in de Romeinse tijd naar noordelijker streken is meegevoerd. Dat is helemaal niet onwaarschijnlijk omdat een broertje van de wilde reseda, de wouw (Reseda luteola), al sinds mensenheugenis in gebruik was als bron voor een gele kleurstof. Omdat beide planten op dezelfde plekken groeien is een vergissing zo maar gemaakt.
![]() |
[Foto: TeunSpaans] |
Gerlof de Roos, bioloog op Vlieland, trof deze exoot al in 1990 voor het eerst op het eiland aan. Hij meent terecht dat de Waddenzee met zijn eilanden een ongeëvenaard dynamisch landschap vormen. Nergens ter wereld kom je, volgens hem, zo’n uitgebreid en gevarieerd gebied tegen. Hij heeft gelijk als hij meent dat de wilde reseda onderdeel is van die dynamiek omdat vrijwel de gehele flora van de Wadden van elders afkomstig is. Ze zijn een ware hemel voor exoten en het is niet voor niets dat een exoot als de cranberry (Vaccinium macrocarpus) daar bijna als een inheemse plant wordt gezien.
Zoals alle andere resedasoorten is ook de wilde reseda uitzonderlijk welriekend en zijn essentiële olie werd ooit gebruikt in de wereld van de parfums. In de Romeinse tijd werd een aftreksel van de plant toegepast als rustgevend middel en dat blijkt uit de vermoedelijke oorsprong van de familienaam: reseda zou afgeleid zijn van het Latijnse werkwoord resedare (‘weer tot rust brengen’).
In de rest van Nederland zou je de wilde reseda wellicht na al die eeuwen nog steeds als een exoot kunnen beschouwen, maar op de Waddeneilanden moet hij gezien worden als een gewilde gast.
No comments:
Post a Comment