![]() |
[Foto: Bauke Koster] |
Zoals gezegd is de bergcentaurie aan leuke plant om in je tuin aan te planten, maar tegelijkertijd bestaat de mogelijkheid dat ook deze soort zal pogen te ontsnappen. Geen wonder dus dat we deze plant steeds vaker op plekken aantreffen waar hij nimmer is aangeplant. Sommige tuineigenaren zullen zich achter de oren krabben wanneer ze onverwacht een exemplaar in hun tuin aantreffen. Natuurlijk is het een leuke plant, maar toch kan ik me voorstellen dat niet iedereen zo'n dwaalgast in zijn keurig aangelegde perkje wil hebben en houden.
De bergcentaurie heeft de vervelende neiging om ecosystemen te domineren indien de voorwaarden daartoe goed genoeg zijn. Veel familieleden van deze soort zijn – vooral in Noord-Amerika – zo in aantal uitgebreid dat men ze als invasieve soort zijn gaan beschouwen. Het lastige is ook dat, als je hem uitgraaft, er maar een klein stukje wortel hoeft achter te blijven en de plant begint zijn leven gewoon weer opnieuw.
In Midden- en Zuid-Europa werd de bergcentaurie ooit ingezet voor diens medicinale eigenschappen. Een extract zou een middel zijn om vermoeide ogen tot rust te brengen. Uiteraard meende men dat het grootste positieve effect te behalen was bij blauwe ogen, een overblijfsel van de Middeleeuwse signaturenleer. De gedroogde bloemen zouden hoesten tegengaan, ietwat vochtafdrijvend zijn en een milde zuiverende werking hebben. Ook zou spoelen kunnen helpen tegen bloedend tandvlees en druppelen zou weer helpen bij een ontstoken slijmvlies (of bindvlies) van het oog (conjunctivitis). Het probleem is echter dat de werking nooit wetenschappelijk onderzocht is. Het is dus een kwestie van geloof en hopen op een goede afloop.
Tenzij je in homeopatie gelooft, dan geloof je álles.
No comments:
Post a Comment