Penseelkrab

De penseelkrab (Hemigrapsus takanoi) bewoont als soort het liefst de wat rotsige kusten van Japan en China. De penseelkrab dankt zijn naam aan de toefjes lichtbruin of geel haar – in wetenschappelijke termen ‘seta’ genoemd - die de mannelijke krabben op hun scharen hebben. En, zoals mannen vaak eigen is, hebben die ook hier grotere scharen dan de vrouwtjeskrabben. Deze krabbensoort is qua afmetingen maar een kleintje: het rugschild is slechts maximaal een centimeter of drie breed. De penseelkrab is aan de bovenzijde groenig, oranje-achtig, bruinig of grijzig van kleur. De onderzijde van het lichaam is witachtig.
Deze krab is een echte opportunistische omnivoor en eet dus alles wat hem voor zijn grijpgrage scharen komt. Dat kunnen kleine visjes zijn, maar ook larven, geleedpotigen en algen.

De invasie van penseelkrabben begon in 1993 en de soort heeft in 2010 al grote delen van West-Europa veroverd. Meldingen komen ondertussen uit landen als Spanje, Frankrijk, Belgiƫ en Duitsland. Kortom: in slechts een jaar of zeven heeft hij vrijwel alle Atlantische kusten van West-Europa gekoloniseerd. Pas in het jaar 2000 werden de eerste exemplaren van de penseelkrab in Nederlandse wateren waargenomen, maar toen was het hek natuurlijk al van de dam. Er zijn een aantal mogelijke oorzaken van zijn aankomst in westelijk Europa genoemd: (1) de penseelkrabben zouden zijn aangevoerd met Aziatische oesters, (2) ze zijn aangevoerd met het ballastwater van oceaanstomers of (3) voordat ze zich tot jeugdige krabben ontwikkelen laten ze zich in hun stadium van larve wel een maand met de zeestromingen meevoeren en kunnen zo grote afstanden overbruggen.

Onderzoekers hebben ons voorlopig gerustgesteld en melden dat er vooralsnog geen nadelige effecten op de flora en fauna bekend zijn in de gebieden waar de soort zich heeft gevestigd. De tijd zal het leren, maar ik geloof daar helemaal niets van. Deze krab heeft een grote temperatuurstolerantie en kan dus tegen warme zomers en koude winters. Bovendien kan deze krabbensoort tijdens het broedseizoen wel drie of vier keer per jaar tot 50.000 eitjes produceren. Onze eigen krabbensoorten produceren veel minder eitjes en dat ook nog slechts twee keer per jaar. Dat zorgt op sommige plaatsen al voor een ‘krabbendichtheid’ van meer dan 20 exemplaren per vierkante meter. Gekoppeld aan zijn niets ontziende vraatzucht kan het niet anders zijn dan dat de penseelkrab onze inlandse krabbensoorten uiteindelijk wel degelijk kan verdrijven.

We vinden het natuurlijk helemaal niet erg dat er hier af en toe eens een exotische dieren- of plantensoort opduikt, maar ze moeten zich wel een beetje gedragen.

[Fred de Vries]

No comments:

Post a Comment