Mandarijneend

De mens en dier worden beide aangetrokken door opvallende kleuren. Voor mannetjeseenden betekent dat bijvoorbeeld dat zij veel meer kleuren hebben dat de vrouwtjes. Bij eenden gaat het niet om het innerlijk, maar slechts om het uiterlijk. De mandarijneend (Aix galericulata) is daarvan een perfect voorbeeld want het vrouwtje heeft een grijzig kleurendek, terwijl het mannetje uitbundig gekleurd is met een rode snavel en grote witte curve boven het oog. De rest van de kop plus baardharen zijn roze, rossig rood tot oranje. De borst is paars met twee verticale witte balken en de flanken zijn roodachtig, met twee oranje opstaande 'zeilen' aan de achterkant. De mandarijneend vormt, samen met zijn Amerikaanse verwant de Carolina-eend (Aix sponsa), het geslacht Aix. De wilde eenden, die hier leven, behoren daarom tot een ander geslacht, de Anas.
Met een naam als mandarijneend is het niet verwonderlijk dat zijn stamboom terug reikt tot oostelijke delen van Aziƫ. Deze soort leefde ooit in grote troepen in Japan, China en Rusland. Grootschalige kap in zijn bosrijke omgeving en uitgebreide jacht ten behoeve van de export naar het westen hebben ervoor gezorgd dat de mandarijneend nu een zeer zeldzame verschijning is in China en Rusland. Er wordt geschat dat de populatie in China en Rusland onder de 1000 exemplaren per land is gedoken. In Japan gaat het iets beter want daar leven er nog een stuk of 10.000.

Die grootschalige export was het gevolg van het feit dat ook mensen zich aangetrokken voelen tot uitbundige kleuren en menig grootgrondbezitter, parkeigenaar en verzamelaars wilde een leuke en kleurrijke vogel in hun plas water rond zien zwemmen. Vooral in het Engeland van Koningin Victoria (1819-1901) was het populair om mandarijneenden als siereend te houden. Natuurlijk ontsnapten er met enige regelmaat exemplaren met als gevolg dat er tegenwoordig ongeveer 1000 paren verwilderd in Groot Brittanniƫ rond vliegen.

In Nederland is het al niet veel anders. Hier werd het eerste broedgeval pas in 1964 vastgesteld en dat bleek slechts het begin van een bijna explosieve uitbreiding want in 1994 werd het aantal broedparen al geschat op zo'n 100. De mandarijneenden voelden zich hier kennelijk wel thuis omdat in het jaar 2000 het aantal broedparen al werd geschat op zo'n 500. Omdat mandarijneenden niet zo goed tegen echt winterse omstandigheden blijken te kunnen daalt het aantal broedparen steeds na iedere periode met strenge vorst. Tegenwoordig schat men dat er zo'n 200 tot 300 broedparen in Nederland leven. Het is echt een prachtige vogel, maar hij hoort hier simpelweg niet thuis.

No comments:

Post a Comment