Grote hardvrucht

Niet alle exoten zijn recente introducties. De meeste exoten hebben de invloed van de mens nodig gehad om zich te verspreiden. Dat is ook het geval met de grote hardvrucht (Bunias orientalis). Het is een plant, die minstens twee jaar in leven blijft en meestal na vruchtzetting afsterft. Dat lijkt misschien goed nieuws, maar uit (brokstukken van) de lange penwortel kunnen eenvoudig nieuwe planten opgroeien. Hij kan een hoogte bereiken van 90 centimeter. De felgele bloemen staan in grote pluimen. Een opvallend knaapje derhalve. Zonnige hellingen van spoordijken en wegbermen bieden de meeste kans op een blijvende vestiging van de grote hardvrucht.

Het natuurlijke en dus oorspronkelijke verspeidingsgebied ligt in de Kaukasus en zuidelijk Rusland. Het wordt nu aangetroffen in de meeste Europese landen en zelfs Noord-Amerika is niet verschoond gebleven van de succesvolle invasie van deze Russische indringer.
[Foto: Petr Filippov]
De vraag rijst dus waarom de grote hardvrucht – een betere naam zou de OriĆ«ntaalse hardvrucht zijn – aan het reizen is geslagen. Deze keer kunnen we het Russische leger de schuld geven. De Russische expansiedrift is in Nederland behoorlijk onderbelicht gebleven. Rusland was ooit een klein achtergebleven rijk, maar de Tsaren meenden dat ze niet bij de koloniale grootmachten als Engeland, Frankrijk, Spanje en Nederland achter konden blijven. Er was echter niet zoveel meer te veroveren en Rusland besloot oostwaarts te kijken. In 1645 werd de Grote Oceaan bereikt en daar stopte de Russische veroveringsdrang. Westwaarts kon Rusland in de Tweede Wereldoorlog nog het hele Oostblok aan zijn rijk toevoegen.

Het Russische leger maakte uitbundig gebruik van paarden en die paarden hadden veel veevoer nodig. De grote hardvrucht (zaad en delen van de wortel) werd met het hooi verspreid. Vergeet niet dat zelfs in de Tweede Wereldoorlog paarden nog onmisbaar waren voor de Russische strijdkrachten. Maar ook reguliere graanimporten waren een bron van verspreiding van deze exoot.

De grote hardvrucht is in de tweede helft van de 19de eeuw in Nederland aangetroffen Sindsdien is hij min of meer ingeburgerd, maar hij blijft een vrij zeldzame verschijning. Dat betekent toch een beetje dat hij zich Nederland toch een beetje als een indringer voelt: hij is hier wel, maar het gaat allemaal niet van harte.

De meeste biologen zien de grote hardvrucht nu als een inheemse plant, maar dat is uiteraard te eenvoudig gedacht. Inheems ben je pas als je wortels sinds mensenheugenis in je geboortegrond hebben gestaan. Maaien is de doodssteek voor de plant. Mijn advies is dus maaien.

No comments:

Post a Comment