Zinklepelblad

Vroeger groeide echt lepelblad (Cochlearia officinalis) uitbundig in uitgebreide velden in Zuid-Holland en Zeeland. Tegenwoordig is hij zeldzaam geworden, zeker na de afsluiting van de Zuiderzee. De sterke achteruitgang is te wijten aan de overal optredende verzoeting van het grondwater. Hieruit blijkt dat echt lepelblad houdt van een zilte omgeving. Diens broertje, Deens lepelblad (Cochlearia danica), lijkt wat minder kieskeurig. Hoewel hij ook gedijt op zilte bodems in kustgebieden, zie je deze soort tegenwoordig ook meer in het binnenland in bermen van wegen die 's winters gepekeld worden. En dan heb je nog Engels lepelblad (Cochlearia anglica), dat zo'n beetje dezelfde habitat bewoont als echt lepelblad, maar zich voornamelijk thuisvoelt in het Waddengebied.
Maar je kunt ook nog heel zelden zinklepelblad (Cochlearia pyrenaica) aantreffen. Zo zeldzaam is deze soort dat kenners zich vaak achter de oren krabben en zich afvragen of hij ooit wel in Nederland is waargenomen.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Cochlearia, is afkomstig uit het Latijn, waar coclearis 'lepel' betekende. De geschiedenis van dat woord kan nog verder worden uitgediept want coclearis zelf is weer terug te voeren op coclea, dat 'slakkenhuis' betekend heeft. Het tweede deel, pyrenaica, is Latijns en betekent '(van de) Pyreneeën'.

Zinklepelblad is een rechtopstaande, vrij rijkvertakte kruisbloemige (Brassicaceae). Het plantje heeft grondbladeren van 1 tot 4 centimeter breed, met een diephartvormige voet. De bovenste bladeren zijn stengelomvattend, ongelobd tot onduidelijk 3 tot 7 lobbig. Zinklepelblad bloeit van april tot in juli met witte bloemen, in korte trossen bijeen. Na de bloei ontstaat een circa twee centimeter lang hauwtje.

Het natuurlijke leefgebied van zinklepelblad is de door West-Europa stekkende berggordel, de Pyreneeën, Midden-Frankrijk, Zuid-Duitsland, Noordelijke Alpen en de Karpaten. Er bestaan wat vreemde vindplaatsen buiten die bergachtige gebieden, namelijk Noordoost-België en Noordwest-Duitsland. In Nederland is zinklepelblad ooit eenmalig, in 1967, gemeld langs de Geul. De Belgische groeiplaatsen in moerassige delen van het bovenstroomse deel van de Geul, staan niet direct aan de hoofdstroom en verspreiding van zaden door het water werd in België nimmer geconstateerd. In Duitsland komt hij uiteraard voor in de Duitse Alpen, maar ook in Sauerland, ruwweg oostelijk van de Belgische vindplaats.

Wetenschappers hebben dus een probleem. Inderdaad wordt zinlepelblad in België aangetroffen op plaatsen waar de bodem is vervuild met zinkresten. Toch twijfelt men over dat verband. De meer logische verklaring is dat zinklepelblad tijdens de laatste ijstijd een veel groter areaal had. Na de terugtrekking van het ijs verbrokkelde het leefgebied van zinklepelblad en zijn natuurlijke vindplaatsen zijn nu de bergachtige gebieden van Europa. Zinklepelblad is dus vermoedelijk een relict.

En dus is de benaming zinklepelblad niet geheel juist. Mischien moeten we hem maar berglepelgras gaan noemen.

No comments:

Post a Comment