Cephalothrix simula

In 2012 troffen duikers Oosterschelde bij Zierikzee en St. Annaland een viertal lichtoranje snoerwormen met een lengte van 20 centimeter en een dikte van circa 2 millimeter aan. Geen probleem, zo dachten de duikers, want deze wormen leken verdacht veel op de Cephalothrix rufifrons, een soort die al bekend was van wateren in Noord-Europa en de Middellandse Zee. Die soort lijkt een vrij veel voorkomende soort te zijn, al valt hij door zijn geringe afmetingen nauwelijks op.

Maar het probleem was dat de Cephalothrix rufifrons meestal niet meer dan 1 millimeter dik zal worden en de snoerwormen die men in de Oosterschelde aantrof waren twee keer zo dik. Tijd voor een diepgaand onderzoek en een exemplaar werd opgestuurd naar de Virginia Commonwealth University in Richmond (USA). Op basis van DNA-onderzoek kon worden vastgesteld dat het hier ging om een exotische soort, de Cephalothrix simula.
[Foto: Marco Fasse, Natuurbericht]
Die Cephalothrix simula komt van nature voor in de Stille Oceaan en het is officieel een raadsel hoe deze snoerwormen in onze wateren terecht zijn gekomen, maar ik kan wel wat suggesties geven: Deze snoerwormen zijn vleeseters en op hun menu staan schelpdieren als mosselen en oesters. Zou de Cephalothrix simula misschien weer eens ongemerkt meegereisd zijn met de import van Japanse oesters? Dat lijkt me wel zeer waarschijnlijk.

Maar goed, zo zul je denken, die snoerwormen zijn maar klein en zoveel kwaad kunnen ze toch niet doen. Het blijkt echter dat deze snoerwormen supergiftig zijn doordat ze in het bezit zijn van hetzelfde gif als de kogelvissen: tetrodotoxine. Dat is een van de meest giftige stoffen op aarde. Uit onderzoek blijkt dat het consumeren van één enkele worm al dodelijk kan zijn voor de mens (The highest toxicity of C. simula exceeded the human lethal dose per a single worm)[1]. Nu was je waarschijnlijk toch al niet van plan om zo'n snoerworm op te eten, maar zo eenvoudig ligt het niet. Stel dat zo'n snoerworm toevallig net bezig is met het eten van een oester en je denkt even een heerlijke rauwe oester op te peuzelen... Het beeld lijkt me duidelijk en dus laat ik het hierbij.

Snoerwormen hebben de eigenschap om zich sterk te kunnen samentrekken of bij verstoring zelfs te fragmenteren. Die verschillende fragmenten kunnen op hun beurt weer uitgroeien tot nieuwe volwaardige snoerwormen. Er zijn er nog maar een paar waargenomen, maar we kunnen er zeker van zijn dat er ondertussen duizenden exemplaren in de Oosterschelde rondscharrelen.

Omdat de snoerwormen zo onopvallend zijn hebben ze nog geen Nederlandse naam en dus wordt het tijd dat wij er iets aan gaan doen. De bestaande versie, Cephalothrix rufifrons kunnen we de roodkoppige snoerworm noemen en de exotische Cephalothrix simula kan dan de naam simulerende snoerworm krijgen. Betere suggesties zijn altijd welkom.

[1] Asakawa et al: Highly Toxic Ribbon Worm Cephalothrix simula Containing Tetrodotoxin in Hiroshima Bay, Hiroshima Prefecture, Japan in Toxins - 2013. Zie hier.

No comments:

Post a Comment