Watercrassula

We hebben het al een aantal keren eerder opgemerkt: als waterplanten in een aquarium of vijver iets te enthousiast groeien dan worden ze verwijderd en niet, zoals je van een natuurliefhebber zou verwachten, bij het groenafval gestopt, maar veel te vaak onnadenkend in de vrije natuur gedumpt.

Dat is ook het geval geweest met de watercrassula (Crassula helmsii). Deze waterplant leeft van oorsprong in Australie en Nieuw-Zeeland. Het is een tot 25 centimeter grote plant uit de familie van de vetplanten (Crassulaceae) en dat betekent dat hij familie is van het inheemse mosbloempje (Crassula tillaea) en de muurpeper (Sedum acre). Deze soort heeft zich uitstekend aangepast aan het leven op de oever én in het water.
[Foto: Graham Day]
De watercrassula is in het bezit van piepkleine bladeren van 2 tot 24 millimeter en bloeit in de zomermaanden met kleine witte bloemen, die op lange steetjes staan en zo boven het wateroppervlakte uitsteken. De watercrassula groeit het liefst op, aan en nabij de modderige oevers van vijvers, vennen en poelen. Daar kan het supersnel dichte tapijten vormen, die al het verdere leven in zo’n watertje onmogelijk maken doordat ze al het zonlicht blokkeren. Een ecologische ramp derhalve. Het verhaal wordt niet positiever door het feit dat ze ook de vaderlandse winters kunnen overleven. Zit de watercrassula eenmaal in je vijver of poel dat heb je dus een groot probleem.

Deze waterplant vermeerdert zich in Nederland vrijwel uitsluitend op vegetatieve wijze. Dat betekent dat fragmenten van de plant afbreken, wegdrijven en elders weer gaan wortelen. Die methode levert ook direct weer problemen op met het verwijderen van een wildgroei aan watercrassula: je kunt die waterplanten wel proberen weg te vissen, maar er blijven altijd restanten achter die al snel weer zullen uitgroeien tot hinderlijke proporties.

Wat te doen tegen deze lastpost? In het voorjaar van 2012 bleek een van de nieuw gegraven vennen op landgoed Huis ter Heide ‘geïnfecteerd’ met de watercrassula en de beheerder, Natuurmonumenten, heeft alles uit de kast gehaald om verspreiding tegen te gaan. Tevergeefs. Ondanks verschillende maatregelen was eind 2012 de watercrassula nog steeds aanwezig in het natte deel van het ven. Tijd dus voor drastische maatregelen en Natuurmonumenten heeft daarom als een eerste stap de oever afgedekt met plastic, zodat de planten daar geen wortel kunnen schieten. De tweede stap hield in dat Natuurmonumenten een levensmiddelenkleurstof aan het water toevoegde om zo de planten te verduisteren in de hoop dat dankzij deze methode de watercrassula eindelijk verdwijnt.

Te laat, veel te laat hebben tuincentra besloten om de verkoop van de watercrassula te beëindigen.

No comments:

Post a Comment