Kaapverdische Mus

Exoten komen via verschillende wegen en op verschillende manieren naar Nederland. Soms opzettelijk, soms door een stommiteit, maar vaak kunnen we mopperen over de onnozelheid van mensen. Deze keer niet.

Het schip Plancius werd in 1976 voor de marine gebouwd als Hr. Ms. Tydeman. Nadat het in 2004 uit dienst was getreden werd het omgebouwd tot passagiersschip en ingezet voor allerhande expedities. Met zijn versterkte steven is het schip zeer geschikt voor arctische en antarctische reizen. Ook wordt de Plancius verhuurd aan organisaties zoals Birding Breaks, dat ‘comfortabele vogel- en natuurreizen’ organiseert.
[Foto: Ivo AntuĊĦek]
Tijdens zo’n leuke ornithologische reis naar de voor de westkust van Afrika liggende Kaapverdische Eilanden zagen bemanningsleden en vogelliefhebbers dat er onverhoeds 22 vogels op het schip waren gevlogen ter hoogte van het eiland Razo, onderdeel van die Kaapverdische Eilanden. Een dag later waren er hier nog elf van over en die bleken niet van plan te zijn weer te vertrekken. De Plancius wendde zijn steven en vertrok op weg naar Nederland. Ter hoogte van Madeira vloog een deel van boord, maar toen het schip in de Zeeuwse haven Hansweert aanmeerde bleken er nog vier Kaapverdische mussen (Passer iagoensis) aan boord te zijn.

De Kaapverdische mussen komen normaal gesproken alleen voor op de al genoemde Kaapverdische Eilanden. Deze mussensoort is beroemd geworden doordat Charles Darwin hem als eerste voor zijn grote collectie had gevangen. De Kaapverdische Eilanden waren de eerste tussenstop voor de Beagle en die kans liet Darwin zich niet ontgaan.

Deze mussen zijn iets kleiner dan onze huismus (Passer domesticus) en bereiken een lengte van zo’n 13 centimeter met een spanwijdte van 7 centimeter. Het mannetje is in het bezit van een zwarte of grijszwarte kroon en oogstreep. De zijkanten van de kop zijn prachtig kaneelkleurig.

De vier exemplaren, die meevoeren op de Plancius, bleken twee mannetjes en twee vrouwtjes te zijn. De vogelliefhebbers zijn ondertussen alweer thuis, maar de Kaapverdische mussen bevinden zich nog steeds aan boord. Ze worden door de bemanning bijgevoerd met zaden en insecten en dus rijst de vraag: wat gaat er nu gebeuren met die vogels.

Als die mussen besluiten dat de vaste wal toch heel interessant is dan kunnen ze eenvoudig wegvliegen en zich hier in Nederland gaan vestigen. Met twee koppeltjes is een eventuele familie-uitbreiding niet geheel onmogelijk. Men kan ook besluiten om de vogels te vangen om ze ergens ‘veilig’ in een vogelpark op te sluiten. Maar ze kunnen niet blijven op de plaats waar ze nu zijn want binnenkort verlaat de Plancius de haven van Hansweert op weg naar zijn volgende reisdoel: het koude Spitsbergen.

[Update 29jun13] Een Kaapverdische mus die eind mei, samen met drie soortgenoten, op een zeeschip vanuit de Kaapverdische eilanden was meegelift naar Zeeland, is overgebracht naar een opvanglocatie in Nederland. De vogels hadden Nederland niet op eigen kracht bereikt en zijn te beschouwen als ‘exoot’.

Om vestiging van deze exoot in Nederland te voorkomen heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de eigenaar van het schip gevraagd de vogels te vangen. De eigenaar heeft twee Kaapverdische mussen kunnen vangen. Een van deze mussen is inmiddels overleden. De twee andere Kaapverdische mussen zijn niet meer in de haven in Zeeland gesignaleerd. Zie hier.

De vraag is waarom de NVWA juist in dit geval - drie verzwakte vogeltjes - wel daadkrachtig weet op te treden en in ontelbare andere gevallen simpelweg niets doet tegen al die honderden soorten exoten die hier al jarenlang met opzet door mensen zijn en worden ingevoerd. Velen daarvan hebben een grote en onherstelbare verandering van hun leefmilieu veroorzaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om allerhande waterplanten en vissoorten, alsmede dieren die ongeschikt blijken te zijn als huisdier.

No comments:

Post a Comment