Oranje springzaad

Oranje springzaad (Impatiens capensis) is een eenjarige kruidachtige plant uit de balsemienfamilie (Balsaminaceae), waaraan we al eerder wat mopperende stukjes hebben gewijd. Na het ruig springzaad (Impatiens cristata) en de reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) is het nu de beurt aan oranje springzaad, een zeer aantrekkelijke verschijning die in zijn thuisland wordt gewaardeerd om zijn mooie oranje bloemen. De plant is afkomstig uit Noord-Amerika en dat maakt de soortaanduiding capensis, dat 'van de Kaap (de Goede Hoop)', de zuidelijkste punt van Afrika, betekent, een vreemde zaak.

Het was een vergissing van de in Leiden geboren tuinier, botanicus en botanisch illustrator Nicolaas Meerburgh (1734-1814) die geloofde dat het specimen dat hij onder ogen kreeg uit Zuid-Afrika stemde.
Het oranje springzaad werd gedurende de 19de en 20ste eeuw in Europa ingevoerd vanwege de zeer aantrekkelijke bloemen. Ondertussen komt het oranje springzaad verwilderd voor in Groot-Brittanniƫ, Belgiƫ, Frankrijk en Nederland langs rivieren en kanalen. Ook in haar oorspronkelijke verspreidingsgebied groeit ze langs kreken, op vochtige plaatsen, vaak samen met haar wat minder vaak voorkomende soortgenoot geel springzaad (Impatiens pallida). Voor het geval u het wilt weten: het geel springzaad heeft inderdaad gele bloemen.

De bloeiperiode loopt van juni tot en met september. De zaden worden met kracht weggeschoten, waardoor onder de juiste omstandigheden behoorlijk dikke bosschages kunnen ontstaan en onder die plantenmassa groeit verder weinig meer. Om de concurrentie met andere planten succesvol aan te gaan groeit de stengel in het voorjaar snel omhoog. Deze exotische soort is dus in staat om inheemse planten met gemak te verdringen.

Om zich over grotere afstanden te kunnen verspreiden is het oranje springzaad afhankelijk van stromend water en de mens. Die zaden blijven aan zolen van schoenen en banden van voertuigen plakken.

De Indianen gebruikten het uitgeperste sap van de stengel van het oranje springzaad om de jeuk te bestrijden die ontstond als gevolg van aanraken van brandnetels of gifsumak en van insektenbeten. De immer sceptische wetenschap heeft die plant maar eens onderzocht in de hoop die onnozele Indianen hartelijk te kunnen uitlachen, maar dat viel behoorlijk tegen. Uit onderzoek bleek dat het sap van het oranje springzaad perfect werkte tegen de huiduitslag (contactdermatitis) van de gifsumak[1].

We moeten de conclusie trekken dat het oranje springzaad toch een ongewenste soort is binnen een geslacht waarvan in ons land al een aantal inheemse soorten aanwezig waren.

[1] Motz et al: Efficacy of the saponin component of Impatiens capensis Meerb.in preventing urushiol-induced contact dermatitis in Journal of Ethnopharmacology - 2015

No comments:

Post a Comment