Japanse moeraslantaarn

We hebben op dit weblog al eerder de (Amerikaanse) moerasaronskelk (Lysichiton americanus) beschreven, maar vanaf het aangrenzende Kamchatka in Rusland groeit een familielid, de Japanse moeraslantaarn (Lysichiton camtschatcensis). De soort gaat ook door het botanische leven onder minder prozaïsche namen als Aziatische stinkkool of witte stinkkool. Het is een plant die voorkomt in moerassen en natte bossen, langs beken en in andere natte gebieden vanaf het schiereiland Kamtsjatka, de Koeril-eilanden, Sachalin tot het noorden van Japan. Dáár noemen ze hem mizubashō, wat zoiets betekent als 'waterbanaan'.
De Japanse moeraslantaarn is een forse plant, al doet zijn vroege voorjaarsbloei dat in eerste instantie niet vermoeden. De bloei begint met een zuiver wit schutblad (de spatha) die als een soort vlag uit het moeras omhoog steekt. In het midden staat de groene bloeikolf, dicht bezet met kleine bloemen. Zodra de bloei voorbij is, toont de plant zijn ware omvang. Dan verschijnen de bladeren: groot, glanzend, leerachtig en met gemak 40 tot 80 centimeter lang. De wortelstok is stevig en kruipend, waardoor de plant langzaam maar gestaag grotere pollen kan vormen.

Vreemd genoeg geurt de Japanse moeraslantaarn maar bescheiden. Sommige populaties ruiken licht zoet, andere bijna niet. In Engelstalige landen staat dit geslacht bekeknd als skunk cabbage ('stinkdierkool'), maar de Japanse moeraslantaarn doet zijn naam dus geen eer aan. Zijn broertje, de (Amerikaanse) moerasaronskelk, is wat meer 'geurig'.

In Europa is de Japanse moeraslantaarn uiteraard geïntroduceerd. Tuincentra bleken dol op planten die het goed deden in vijvertjes. In Duitsland, Groot‑Brittannië, Ierland en Scandinavië zijn al kleine, maar levensvatbare populaties opgedoken. In Nederland duikt hij af en toe op in tuinen en vijverzones. Verwildering is mogelijk, maar tot nu toe zonder grote ecologische gevolgen.

De Japanse moeraslantaarn is geen agressieve kolonisator. Hij vormt geen (nog) dichte monoculturen, verstikt (nog) geen beekdalen en probeert niet stiekem een Natura‑2000‑gebied over te nemen. Maar hij kan zich wel degelijk over grotere afstanden verspreiden via zaden en wortelstokdelen, vooral langs stromend water.
In Japan is de mizubashō een soort lentebode. Mensen reizen er speciaal voor naar moerasgebieden, verwonderen zich, maken foto’s en schrijven haiku's.

Maar, vergis je niet; de Japanse moeraslantaarn is en blijft een exoot die je hier niet thuishoort. Hij gedraagt zich weliswaar bescheiden, maar dat kan veranderen. Planten die zich in hun thuisland door sneeuw en smeltwater heen worstelen, kunnen verrassend taai zijn.

No comments:

Post a Comment