Lachduif (of Izabeltortel)

Duiven. We hebben op deze plaats al eerder over enkele duivensoorten (de postduif, de Turkse tortel en de diamantduif) gesproken. De één is een liefhebber (duivenhouders, lekkerbekken) en de ander schiet ze het liefst direct uit de lucht (agrariërs) vanwege de schade die ze aan gewassen kunnen aanbrengen.

In ons land wordt geen enkele duif tot een inheemse soort gerekend, al zijn sommigen hier al geruime tijd geleden gearriveerd. De postduif verblijft al sinds mensenheugenis, al zegt dat niet zoveel omdat we ons niet zoveel kunnen heugen van onze geschiedenis. De Turkse tortel verscheen hier in 1950 en ook de diamantduif is hier al een tijdje.
De lachduif (Streptopelia roseogrisea) is een kleine duivensoort die in de gortdroge landschappen ten zuiden van de Sahara vertoeft. Zijn leefgebied is eigenlijk een brede strook land van de Atlantische Oceaan tot aan de Indische Oceaan. Ook in zuidelijke streken van het Arabische schiereiland kun je hem nog aantreffen. Hoewel men kan vermoeden dat hij daarom van dorst houdt is dat ook weer niet het geval: de lachduif zorgt dat hij wel een beetje bij oases en andere waterbronnen blijft om te foerageren.

De lachduif meet ongeveer 26 van snavel tot einde staart. Deze de bovenzijde van deze duivensoort is overwegend grijsbruin van kleur. De buitenrand van de vleugel heeft een blauwachtige tint. De lachduif maakt soms een ietwat lachend geluid: wèh-wèh-wèh-wèh-wèh (soms vertaald als hi-hi-hi-hi-hi). Zoals alle andere duiven is ook de lachduif een zaadeter.

De naam izabeltortel wordt gebruikt om de wilde voorouder van de lachduif te omschrijven. Beide zijn dus tortelduiven en de lachduif is volgens de verhalen al door zeevaarders in de zeventiende eeuw gedomesticeerd. Zelf geloof ik dat die zeevaarders die lachduiven meenamen om in periodes van schaarste toch af en toe een stukje vlees te kunnen consumeren. Maar wat de werkelijkheid ook is, tegenwoordig bestaan er vele kleurvarianten. De witte vorm is bij duivenhouders zeer geliefd, maar er bestaan ook bonte en kaneelkleurige varianten. Ook hebben sommige mutaties gekrulde of extreem zijdezachte veren.

Maar het probleem van duiven die in gevangenschap worden gehouden is dat er nogal eens eentje weet te ontsnappen. Het gevolg van die jarenlange aanwas van lachduiven in ons landschap is dat de waarnemingen ieder jaar toenemen. Meer waarnemingen betekent ook meer gemopper van akkerbouwers.

Lachduiven zijn daarom een toenemend probleem. Overigens is dat niet alleen in Nederland het geval, maar er komen ook al klachten uit de Verenigde Staten, de Bahama's en Nieuw-Zeeland.

No comments:

Post a Comment