Brandnetelglasvleugelcicade

Dit is een leuke voor het spelen van galgje: brandnetelglasvleugelcicade.
De brandnetelglasvleugelcicade (Hyalesthes obsoletus) is een bladhopper uit de familie Cixiidae die tot de Palearctische fauna behoort. Nu kun je je afvragen in welk gebied die Palearctische fauna specifiek voorkomt en dan zou het antwoord zijn: ruwweg het hele noordelijk halfrond exclusief Noord-Amerika. Samen met het Noord-Amerikaanse Nearctische gebied vormt het de Holarctische regio.

Hoewel de soort vooral als Mediterraan wordt beschouwd, komt zij voor over het grootste deel van het vasteland van Europa, het Midden-Oosten tot Noord-Afrika, en verder oostwaarts tot Iran, Kazachstan, Afghanistan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Klein-Azië.

De volwassen dieren zijn polyfaag ofwel een organisme die meerdere soorten andere organismen eten en voeden zich met een breed scala aan kruidachtige planten. In Europa behoren akkerwinde, smalle weegbree, amarant, grote brandnetel en lavendel tot de voorkeurshostplanten, naast ongeveer twintig andere soorten. De fenologie van de cicade is nauw verbonden met die van haar waardplanten.

In Europa is de soort univoltien (één generatie per jaar), terwijl in Israël twee generaties voorkomen, voornamelijk op monnikspeper, akkerwinde en wijnstokken.

Volwassen exemplaren meten 4 tot 5 millimeter. Het lichaam is grotendeels zwart, de vleugels zijn glasachtig (hyalien) met donkere vlekken. Vrouwtjes leggen enkele honderden eieren die bedekt zijn met was. De eieren worden in groepjes afgezet in de bovenste bodemlaag, dicht bij de wortelhals van kruidachtige planten. De nageslacht voedt zich grotendeels op de wortels en heeft meerdere maanden nodig om tot volwassenheid te komen. Er zijn vijf larvale stadia, die allen op de wortels van de waardplanten leven.

De tweede- en derde-stadiumlarven overwinteren op 20 tot 25 centimeter diepte in de bodem, waar zij beschermd zijn tegen vorstschade. In april en mei bewegen zij zich geleidelijk omhoog naar de oppervlakte. De ontwikkelingsnelheid en daarmee het begin van de vluchtactiviteit van de adulten hangen sterk af van de voorjaarstemperaturen. Dit tijdstip kan worden voorspeld met een graaddagenmodel. Populaties die op akkerwinde leven beginnen hun activiteit ongeveer drie weken eerder dan die op andere waardplanten, wat de nauwe koppeling tussen gastheer en fenologie onderstreept.

Door haar polyfage karakter en de mogelijkheid om zich op meerdere kruidachtige soorten te ontwikkelen, kan de brandnetelglasvleugelcicade in verschillende habitats standhouden. In wijngaardgebieden is de soort van belang omdat zij als vector van plantenziekteverwekkende bacteriën kan optreden. De meeste glasvleugelcicaden, waarvan de rietglasvleugelcicade en de brandnetelglasvleugelcicade wel de belangrijkste zijn, kunnen de ziekten SBR, RTD en stolbur overbrengen. In Duitsland veroorzaken deze ziekten veel schade in suikerbieten, aardappelen, peen en andere gewassen. In Nederland lijkt het probleem vooralsnog beheersbaar, aldus onderzoek van het IRS.

No comments:

Post a Comment